Column onderzoekers Martine van Selm en Linda van den Heijkant

Foto links: Milena Chopova

Werkgevers weten beter

De talenten en het potentieel van oudere werknemers blijven vaak onbenut. Werkzoekenden die ouder zijn dan 50 jaar hebben moeite met het vinden van een baan, en 50-plussers die wel een baan hebben, krijgen niet dezelfde ontwikkelkansen als hun jongere collega’s. Waar dit vandaan komt? Het heeft voor een groot deel te maken met beeldvorming.

Beeldvorming van oudere werknemers

In ons onderzoek richten wij ons op de beeldvorming over oudere werknemers onder werkgevers, in de media en in de samenleving. Deze beeldvorming is niet altijd positief en dat blijkt onder andere op de werkvloer, waar oudere werknemers te maken hebben met vooroordelen, zoals het beeld dat “oudere werknemers niet flexibel zijn, vaker ziek zijn en minder gemotiveerd zijn”. Deze aannames verslechteren hun positie op de arbeidsmarkt.

Dat het stereotype beeld van oudere werknemers zo alomtegenwoordig is, en zo hardnekkig, is eigenlijk opvallend. In werkelijkheid blijkt leeftijd namelijk een slechte voorspeller te zijn van prestaties op de werkvloer. Oudere werknemers blijken bijvoorbeeld net zo gemotiveerd te zijn als hun jongere collega’s om aan uitdagende vraagstukken te werken, en een dagje verzuimen komt vaker voor bij jongere werknemers dan bij 50-plussers. Er bestaan dus vooroordelen en stereotypen die niet stroken met wat oudere werknemers te bieden hebben.

Organisaties lopen daarom een groot potentieel aan arbeidskracht mis. En dat in een vergrijzende samenleving waarin, met de verhoging van de pensioenleeftijd, van oudere werknemers juist verwacht wordt dat zij tot op hoge leeftijd actief zijn op de arbeidsmarkt. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de 50-plussers niet meer achteraan in de rij staan bij werkgevers? Het begint bij het (h)erkennen en neutraliseren van deze beeldvorming.

Het perspectief van een ander innemen

Een manier om vooroordelen bij jezelf te erkennen is door in de schoenen te gaan staan van een gestigmatiseerde groep. In de onderzoeksliteratuur wordt dit ‘perspectief innemen’ genoemd. Perspectief innemen is het vermogen om gedachten en gevoelens van een ander te begrijpen en over te nemen. In ons geval gaat het om het inleven in de wereld van een oudere werknemer. Dit inleven gaat via empathie. Maar is empathie in het geval van vooroordelen over oudere werknemers het enige werkzame element? Vaak komen negatieve ideeën over oudere werknemers voort uit een gebrek aan reële kennis over ouderen. Zou het daarom niet waardevol zijn om het inleven (ook) te baseren op realistische informatie over het kennen en kunnen van oudere werknemers op de werkvloer?

In ons onderzoek zoeken wij uit op welke manier perspectief innemen het beste werkt in het neutraliseren van vooroordelen over oudere werknemers. Wij doen dit door middel van een vragenlijst waarin werkgevers en HR-professionals gevraagd worden zich in te leven in de positie van een oudere sollicitant. Voor onszelf geldt dat het inleven voor Martine (zelf 54 jaar) gemakkelijker is dan voor Linda (29 jaar). Het is daarom belangrijk na te gaan voor welk type werkgever de inlevingstechniek wellicht een goede stap is om vooroordelen onder werkgevers te (h)erkennen en te neutraliseren. We berichten u graag binnenkort weer over de uitkomsten van ons onderzoek.

Prof. dr. Martine van Selm, decaan van de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) en Linda van den Heijkant, universitair docent Corporate Communication