Hoge werkdruk in wetenschappelijk onderwijs

Hoge werkdruk in wetenschappelijk onderwijs

De afgelopen jaren wordt er veel gesproken over de hoge werkdruk in het onderwijs. Deze werkdruk wordt niet alleen ervaren in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs: ook in het wetenschappelijk onderwijs kampen hoogleraren en universitair docenten met de druk. 
 

Begin september was de feestelijke opening van het academisch jaar. Voor veel hoogleraren en universitair docenten was de maat echter al vol. Zij droegen rode vierkantjes op hun kleding om aandacht te vragen voor de hoge werkdruk die zij ervaren. Deze ‘stille’ protestactie wordt de komende tijd vergezeld door diverse acties, namelijk ‘WO in actie’. 
 

Stelselmatige bezuinigingen

Tegenover NOSop3 licht Rens Bod, hoogleraar Computationele Geesteswetenschappen aan de UvA, zijn protest toe. “Het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek is lang stil geweest, maar we kunnen dit niet volhouden. We komen niet meer toe aan onderzoek doen.” In de loop der jaren is er veel bezuinigd in het wetenschappelijk onderwijs. Een kleine groep docenten moet lesgeven aan een toenemend aantal studenten. Bod: “Er wordt stelselmatig bezuinigd. Per student krijgen universiteiten minder geld. Dat bedrag is zo laag geworden dat docenten in feite geen tijd meer hebben om onderzoeksgedreven onderwijs te geven, om op topniveau onderzoek te doen én studenten te begeleiden.”
 

Onderzoek in het weekend

In de praktijk betekent deze hoge werkdruk dat hoogleraren en docenten geregeld overwerken. Ze zijn daarbij veel tijd kwijt aan administratieve taken en geld binnenhalen voor onderzoek. Het daadwerkelijk uitvoeren van onderzoek staat op een tweede spoor. Veel docenten komen doordeweeks niet toe aan onderzoek, daarom doen ze dit in het weekend. 
 

Ten koste van de kwaliteit

Martijn Wieling, universitair docent linguïstiek aan de RUG, herkent de problemen. Wieling tegenover NOSop3: “Ik ken niemand die zijn of haar werk binnen de tijd afkrijgt. Ik denk dat wij als onderzoekers af en toe een beetje getikt zijn. Je blijft het werk maar doen, omdat het veelal fantastisch leuk werk is, maar er wordt steeds vaker van ons verwacht dat we een schaap met vijf poten zijn.” Hij vervolgt: “Je moet uitstekend onderwijs geven. Je moet in verschillende commissies zitten, het publiek bij je onderzoek betrekken en veelvuldig onderzoeksbeurzen aanvragen. Daarnaast wil je ook nog onderzoek doen, want daar ligt immers je passie. Daar komen nog andere taken bij. Dat kost veel energie. Ik denk dat dat ten koste gaat van de kwaliteit.”
 

Te veel studenten en te weinig docenten

Paola Gori-Giorgi, hoogleraar theoretische scheikunde aan de VU, spreekt zich ook uit tegenover NOSop3: “Ik heb twee kleine kinderen, maar ik moet meestal tot 01.00 uur 's nachts doorwerken, nadat ik ze naar bed heb gebracht. Het weekend probeer ik vrij te houden, maar vaak moet ik dan ook gewoon met mijn onderzoek door. En mijn man is ook academicus, dus heeft hetzelfde probleem.” Volgens haar is het probleem dat er te veel studenten zijn en te weinig docenten. “Ik moet onderwijs geven in onderzoekstijd. Ik kom alleen in het weekend en 's avonds toe aan onderzoek doen. Onderzoek is mijn passie en ik heb onderzoeksgeld binnengehaald, dus ik moet het wel waarmaken.”
 

Meer informatie 

Wilt u meer informatie over de werkdruk in het wetenschappelijk onderwijs? Bekijk de website van WO in actie. Uiteraard kunt u ook contact opnemen met de HR-specialisten van 65plus In het Onderwijs. Zij hebben veel ervaring in het uitzenden van AOW-gerechtigden in het onderwijs. Zij kunnen u meer informatie geven en kunnen samen met u op zoek naar een passende oplossing om de werkdruk wat te verlichten. 

Heeft u als opdrachtgever een openstaande vacature en wilt u een vrijblijvende offerte aanvragen? Klik dan hier voor onze tariefberekenaar.

Bron: NOSop3

Reageren