KPMG: Opleidingsniveau moet rol spelen bij vaststellen AOW-leeftijd

KPMG: Opleidingsniveau moet rol spelen bij vaststellen AOW-leeftijd

Volgens accountantskantoor KPMG zou opleidingsniveau een rol moeten spelen bij de vaststelling van de AOW-gerechtigde leeftijd. Lees op de blog van Uitzendbureau 65plus wat de motivatie van KPMG is.

Accountantskantoor KPMG heeft onlangs een opvallende uitspraak gedaan. Volgens de landelijke accountant zou opleidingsniveau een rol moeten spelen bij de vaststelling van de AOW-gerechtigde leeftijd. Laagopgeleide medewerkers zouden gemiddeld minder profiteren van de opgebouwde oudedagsvoorziening.
 

Subsidiëring door laagopgeleiden

De onderbouwing van KPMG? Over het algemeen beginnen medewerkers met een lager opleidingsniveau eerder met werken: veelal werken zij al vanaf hun zestiende levensjaar, terwijl hoogopgeleide medewerkers gemiddeld vanaf 25 jaar werken. Hiermee betalen de laagopgeleide medewerkers tien jaar langer mee aan premie. Het accountantskantoor noemt spreekt van subsidiëring van hoogopgeleiden door laagopgeleiden.
 

Levensverwachting van laagopgeleiden

Daarnaast haalt KPMG aan dat de levensverwachting van laagopgeleiden lager ligt dan bij hoogopgeleiden. Bijvoorbeeld door het uitvoeren van fysiek werk. Dankzij deze lagere levensverwachting kunnen zij korter gebruikmaken van hun AOW-uitkering.
 

Meer informatie van 65plus

Wilt u meer informatie over dit nieuwsbericht? Lees hier de onderbouwing van KPMG. Uiteraard kunt u ook contact opnemen met de HR-specialisten van Uitzendbureau 65plus. Zij hebben al sinds 1975 ervaring in de arbeidsbemiddeling van medewerkers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Zij vertellen u graag meer over pensionering en het ontvangen van AOW.

Bron: Nu.nl

Reageren