Wel of niet investeren in scholing voor flexkrachten?

Wel of niet investeren in scholing voor flexkrachten?

Investeer je wel of niet in de scholing van tijdelijke werknemers? Een relevante vraag met het oog op het toenemend aantal flexibele dienstverbanden in Nederland.

Op dit moment heeft 1 op de 5 medewerkers in Nederland een flexibele arbeidsrelatie. Hierbij lopen flexkrachten qua scholing over het algemeen achter in vergelijking met vast personeel. Uit onderzoek van de School of Economics in Utrecht blijkt echter dat flexkrachten bij een positieve match wel dezelfde trainingskansen krijgen als vaste collega´s.

Contract niet bepalend voor scholing flexkrachten

Volgens het onderzoek hangt het wel of geen scholing aanbieden aan tijdelijk personeel samen met meerdere factoren. Vooral de kwaliteit van de baanmatch, die is gebaseerd op de baantevredenheid en de verwachte duur van de aanstelling, speelt echter een bepalende rol. De meeste werkgevers zijn er namelijk op gebrand om productieve werknemers die goed binnen de organisatie passen aan zich te binden. Hierbij blijkt de aard van het dienstverband slechts in beperkte mate mee te spelen. Past een tijdelijke medewerker goed bij het bedrijf? Dan wordt vaak scholing aangeboden om te blijven ontwikkelen. Vaak ook met het oog op een uiteindelijk vast dienstverband.

Geen scholing bij een slechte match

Deze gelijke kansen blijken echter niet te gelden voor tijdelijk personeel die een minder goede match heeft met het bedrijf. Zo is duidelijk zichtbaar dat werkgevers minder in flexkrachten investeren naarmate de baanmatch minder goed wordt. Op het eerste gezicht een logische beslissing, maar volgens hoogleraar Henk Volberda ook een riskante. Zo waarschuwt hij dat deze ontwikkeling de kenniseconomie op lange termijn kan schaden. Het gebrek aan scholing zal volgens Volberda op termijn leiden tot een kwetsbare economische positie voor deze groep.

Invloed WWZ op scholing flexkrachten

Volgens de onderzoekers heeft de Wet werk en zekerheid een dubbel effect op de positie van flexkrachten. Zo wordt de positie van flexkrachten enerzijds onstabieler doordat het doorstromen naar een vast contract moeilijker is. Ook wordt door de aanstellingsduur met de ketenregeling relatief kort. Hierdoor zullen tijdelijke medewerkers die een slechte match hebben met hun werkgever nog minder trainingsmogelijkheden krijgen aangeboden.

Aan de andere kant kan de versnelde doorstroming op termijn leiden tot een betere match tussen werkgever en werknemer en zo de opleidingskansen voor deze groep verhogen. Zo gaat een flexkracht met een slechte match sneller op zoek naar een andere baan waar hij wel tot zijn recht komt. Dit resulteert volgens de onderzoekers potentieel in een betere match en daarmee ook in betere trainingsmogelijkheden.

Samengevat kunnen we dus stellen dat niet zozeer het hebben van een vast of tijdelijk contract bepalend is in het krijgen van scholingsmogelijkheden, maar eerder de kwaliteit van de match tussen werkgever en werknemer. 

Bron: Pwdegids.nl

Reageren