Te oud voor nieuwe dingen? Nooit!

Met haar nieuwste boek Handboek voor zestigers richt journalist Wies Verbeek zich op een generatie die groter is dan ooit. Meer dan twee miljoen Nederlanders zijn zestigers en de meesten van hen zijn actief, fit en vol plannen. In haar onderzoek naar deze levensfase komt één boodschap steeds terug: leeftijd zegt weinig over wat je nog kunt leren en doen. En misschien wel de grootste misvatting? Dat het te laat zou zijn voor nieuwe dingen.

Te oud voor nieuwe dingen? Nooit!

Zestigers voelen zich jonger

Wies haalt in haar boek onder andere onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut aan. Daaruit blijkt dat werkende zestigplussers zich gemiddeld 6,3 jaar jonger dan hun kalenderleeftijd voelen. Dat komt omdat ze actief blijven, nieuwe dingen ondernemen en betrokken zijn bij de wereld om hen heen. De cijfers én de praktijk laten dus zien: zestigers van nu staan allesbehalve stil.

Onderzoek, ervaring en een frisse blik

Wies, zelf net zestig geworden, verdiept zich al jaren in deze levensfase. Via haar platform BLOW (‘n Beetje Leuk Ouder Worden) en in haar boeken onderzoekt ze hoe mensen zo lang mogelijk gezond, fit en zelfstandig kunnen blijven. Ze combineert wetenschappelijke inzichten met vakliteratuur en haar eigen ervaring. Haar nieuwste boek, Handboek voor zestigers, bundelt de meestgestelde vragen van zestigers. Daarbij passeren thema’s als werk, gezondheid, relaties en zingeving de revue.

Waarom nieuwe dingen leren zo belangrijk is

Een belangrijk thema is blijven leren. Niet omdat je ‘bij moet blijven’, maar omdat het brein daar aantoonbaar baat bij heeft. Zo haalt ze in haar handboek neurowetenschapper Erik Scherder aan, die dit punt kernachtig verwoordt: “Blijf moeite doen.” Werken kan daarin een belangrijke rol spelen, zolang het vrijwillig is en plezier oplevert. En dat laatste gaat Wies aan het hart: “Wat ik echt zonde vind is wanneer zestigers die hun werk niet meer leuk vinden – ‘ik moet nog zesenhalf jaar’ – niet iets anders zoeken omdat ze denken dat het nu te laat is.” Volgens haar is dat idee hardnekkig, maar onterecht. “Er ligt nog zoveel tijd voor je, er valt nog zoveel te doen! Helemaal nu er een tekort is op de arbeidsmarkt.”

De standaard zestiger bestaat niet

Tegelijkertijd benadrukt Wies dat dé zestiger niet bestaat. De een loopt marathons, de ander vindt het tijd om rustig aan te doen. De kunst zit in ontdekken wat bij je past. “Minder werken, ander werk, vrijwilliger worden, eerder met pen­sioen of doorwerken na je AOW. Alles kan, koffiekan, theekan. Althans meestal”, schrijft Wies in haar handboek. Hoe ze er zelf in staat? “Voor mij staat stoppen met werken nog ver van me af. Sterker nog, af en toe heb ik het gevoel dat ik net kom kijken. Al die jaren heb ik ervaring opgedaan, gezien en geleerd waar ik goed in ben en waarin niet, wat ik leuk vond en wat niet. En nu kan ik met al die kennis en passies verder. De oogsttijd is begonnen.”